Rampenscenario’s

Ook van zaken die mis gaan kun je leren. Drie casussen met problemen en mogelijke oplossingen.

Casus 1: Een rampenscenario door risicovermijding

Situatie

Een woningbouwcorporatie heeft het boek van Richard Florida over “cultural class” met veel enthousiasme gelezen, en heeft grootse plannen met een broedplaats voor creatieven. Er is echter niet gekeken naar de speciale behoeften van een dergelijke doelgroep. De juridische afdeling van de corporatie ziet vooral gevaren in plaats van kansen, en tracht het plan eerst tegen te houden. Wanneer dat niet lukt, blijken zij en anderen binnen de corporatie het pand te behandelen als een doorsnee rijtjeshuis. Het gevolg is dat de gebruikers aan zoveel brandweervoorschriften, bouwbesluiten en standaard corporatieregels moeten voldoen dat elke creativiteit en potentieel synergetische samenwerking in de kiem gesmoord wordt. Van zelfbeheer komt in het geheel niets terecht.

Probleem en mogelijke oplossing

Het starten van een woon-werkpand vergt een omslag in het denken. Waar de gebruikelijke woonruimte slechts geconsumeerd wordt, is een woon-werkpand een plek waar de bewoners en gebruikers een actievere rol hebben: zij zijn medeproducenten van woonruimte. Helaas is de regelgeving daar niet op ingericht. Onveilige situaties moeten voorkomen worden, maar dat wil niet zeggen dat elke wet, regel en gebruik rond woonruimte onverkort moet worden toegepast op een woon-werkpand. De eisen die de meeste bewoners en gebruikers aan een pand stellen kunnen namelijk als volgt worden samengevat: maximale inrichtingsmogelijkheden en minimale regelgeving. Aanvaardbare risico’s moeten daarbij gelopen worden. Risico’s in financiële zin hoeven bepaald niet alleen voor rekening van de corporatie te zijn. De meeste panden kennen niet voor niets een bewonersvereniging of -stichting.

Casus 2: Verantwoordelijkheden delen

Situatie
Met veel pijn en moeite werd een Eindhovens kraakpand gelegaliseerd. Het valt niet mee om een groot pand op een A-locatie te kopen en verbouwen, met een groep mensen met een gemiddeld inkomen op hooguit minimumloonniveau, maar het verhaal werd uiteindelijk een succes. De bewoners en gebruikers kochten het pand van de eigenaar en exploiteren het sindsdien in zelfbeheer. Voor het zover was moest er echter veel werk verzet worden, veel onderzoek gedaan en beslissingen genomen worden. De bewoners en gebruikers vergaderden jarenlang in allerlei werkgroepen. Zeker eens per week eindigde zo’n vergadering met leden die huilend wegliepen van de vergadering. Eén van de belangrijkste oorzaken daarvoor was “de betrokkenheiddiscussie”. Waar de één zich stukbeet op het vele werk wat verzet moest worden, voerde de ander weinig uit. Enkele mensen hadden hier grote moeite mee, maar niemand noemde namen. Het gevolg was dat een aantal mensen jarenlang mee kon blijven liften met het project, zonder zelfs maar naar vergaderingen te komen, terwijl de actieve groep onder grote onderlinge spanningen gebukt ging die eigenlijk op de meelifters gericht hadden moeten zijn. In feite werden de verwijten nu op vergaderingen geuit waar de boosdoeners niet eens aanwezig waren. Er werd vaak geen werkende manier gevonden om de inactieven beter bij het proces te betrekken, en mensen die zich bleven onttrekken aan verantwoordelijkheden werden evenmin de deur gewezen.

Probleem

De onderliggende basis van dit probleem leek te zijn dat er een verwarring rond de gezamenlijke verantwoordelijkheid bestond. Het pand kende een platte, basisdemocratische organisatie, waarbij iedereen gelijke verantwoordelijkheid voor het geheel kent. Het is daarbij soms moeilijk te onderscheiden hoe die verantwoordelijkheid ligt.

Veel verantwoordelijkheden werden niet persoonlijk gemaakt, maar bleven bij de groep als geheel liggen. Klachten over het niet dragen van verantwoordelijkheden werden dan ook naar de groep als geheel gericht. Maar wie ís de groep?

Mogelijke oplossing

Maak verantwoordelijkheden persoonlijk, en verspreid ze zo gelijkelijk als dat maar kan. Niet iedereen is in staat om dezelfde verantwoordelijkheid te dragen, maar iedereen kan op de één of andere manier aan een project bijdragen. Vertaal die verantwoordelijkheden in persoonlijke afspraken, en spreek elkaar aan op het nakomen daarvan. Zodoende kunnen mensen zich niet verschuilen achter de groep, en is er ook minder risico dat frustraties van harde werkers op het geheel worden afgereageerd.

Goede methodes om elkaar aan te kunnen spreken op verantwoordelijkheden zijn SMART of RUMBA. Vergeet daarbij niet om SMART en RUMBA te koppelen aan personen. Je hebt weinig aan meetbaar niet behaalde doelstellingen als je vergeten bent om te beslissen wie ze zou uitvoeren.

Ten alle tijde moet voorkomen worden dat de goedkope ruimtes door de gebruikers slechts als ‘consumptiegoed’ gezien en behandeld worden.

Casus 3: Kennis delen en zelfwerkzaamheid

Situatie

Pand X wordt via zelfwerkzaamheid van de bewoners opgeknapt. Bewoonster Marga is een handige klusser, bewoners Kees en André hebben slechts linkerhanden tot hun beschikking. Kees en André hebben al een paar keer een klus niet of verkeerd uitgevoerd omdat ze eigenlijk niet eens weten hoe ze moeten beginnen. Marga daarentegen raakt steeds gefrustreerder omdat ze steeds de ellende van anderen op moet knappen. Bovendien wordt ze steeds lastiggevallen door andere bewoners die haar vragen wat ze moeten doen en hoe. In het begin probeerde ze mensen iets te leren, maar ze is er achter gekomen dat de meesten na een enkel lesje weer iets anders gaan doen waardoor er geen kennis wordt opgebouwd, en dat het sneller is om de klus gewoon maar zelf te doen.

Probleem

Dit probleem speelt niet alleen bij klussen, maar bij elke activiteit waarvoor je kennis, ervaring of handigheid moet opbouwen. Niet iedereen heeft dezelfde kundigheid. Dat leidt er snel toe dat enkelen de werklast voor iedereen gaan dragen. Dat kan weer leiden tot overspannen kartrekkers, en grote verwijten naar mensen die misschien wel van alles willen doen, maar niet weten hoe.

Oplossing A: Professionalisering

Eén oplossing die veel panden na verloop van tijd kiezen, is het opgeven van zelfwerkzaamheid. In pand X is Marga inmiddels geprofessionaliseerd. Zij is verantwoordelijk voor het onderhoud van het pand, huurt aannemers in waar ze iets zelf niet kan, en krijgt zelf door het pand betaald voor haar rol. De andere bewoners hoeven niets meer te doen, maar hebben wel een flinke huurverhoging moeten accepteren.

Oplossing B: Structurele opleiding

Zorg dat je een makkelijk aanspreekbare vaste kern hebt van handige klussers. Deze mensen zorgen bij klussen voor de voorbereiding en begeleiding: ze zorgen voor het goede materiaal, gereedschap en een plan van uitvoering. Anderen zijn meer dan welkom om mee te klussen, maar niet vrijblijvend en niet voor een enkele keer. “Linkerhanden” worden tijdens het klussen structureel opgeleid tot “rechterhanden”. Een voorbeeld hiervan is de uit bewoners bestaande Technische Dienst van het ORKZ, een gelegaliseerd kraakpand in Groningen waar maar liefst 250 mensen wonen. Deze TD zorgt met dagelijks klussen al decennia voor het blijven functioneren van de antieke CV, waarover men inmiddels een enorme kennis heeft opgebouwd.
[update: de antieke CV is intussen vervangen]

Bovenstaande tekst is oorspronkelijk geschreven voor 12N, voor de conceptfase van het project Karakterpanden, en februari 2011 aangepast voor de Woongroepcoach

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *